Direct naar menu

Voor docenten

 

Voor docenten: Werkwijze

De voorkeursroute om dit materiaal door te werken is de volgorde waarin de onderdelen op de website zijn opgenomen. Uiteraard staat het gebruikers vrij de volgorde te kiezen die ze wensen. Het aantal keren dat een film bekeken moet worden, hangt af van het niveau van de cursist. In sommige gevallen zal het niet nodig zijn alle luisterrondes uit te voeren. Ook hierin is enige keuzevrijheid.

Het materiaal is per les verdeeld in drie categoriën: opdrachten vooraf, materiaal voor in de les en opdrachten achteraf. De cursisten kunnen dus van te voren de voorbereidingsoefeningen en de luisteropdrachten zelfstandig online doen. De gemeenschappelijke lestijd kan dan zo veel mogelijk worden besteed aan spreekopdrachten en aan het gezamenlijk oplossen van problemen.

 

Pedagogische en didactische benadering

De onderwijsmethodologische uitgangspunten van het materiaal zijn gebaseerd op recente ontwikkelingen in de theorie en praktijk van het vreemde talenonderwijs. We geven ze hieronder weer.

Het OVUR-model.
Het didactisch model dat gebruikt wordt, volgt het stramien: Oriëntatie (introductie op de film) - Voorbereiding (verklaring van woorden en uitdrukkingen, woordenschatoefeningen, voorkennis mobiliseren) - Uitvoering (luister-, spreek- en schrijfopdrachten) - Reflectie.
Bij iedere film zijn twintig woorden gekozen om te oefenen. Bij de selectie daarvan zijn drie criteria toegepast:

  • Het woord is belangrijk voor het begrijpen van de film;
  • Het woord staat niet in het Basiswoordenboek van De Kleijn & Nieuwborg;
  • Het woord is niet samengesteld uit delen waarvan de betekenis kan worden afgeleid met behulp van het Basiswoordenboek van De Kleijn & Nieuwborg.

Zelfstandig leren.
In de werkvormen voor groepslessen wordt samenwerking gestimuleerd, waardoor de zelfstandigheid van de leerder toeneemt. Er is een sleutel bij de opdrachten en een transcript van de tekst zodat de cursist het materiaal ook zelfstandig kan doornemen. Doordat de films niet zijn geordend naar moeilijkheidsgraad, kan de leerder zelf de volgorde bepalen en het onderwerp van de films kiezen.

Integratie van taal en cultuur.
In het materiaal zijn taal en cultuur geïntegreerd. Het gebruik van tv-programma’s van BVN TV garandeert authentiek materiaal: het laat de leerders zien hoe ‘echte’ mensen zich gedragen in ‘echte’ situaties. Bij de selectie van de films is met name op de culturele inhoud gelet. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen impliciet en expliciet cultuuronderwijs. Enerzijds zijn taal en cultuur zo verweven dat iedere film voldoende aanleiding geeft de culturele component tot zijn recht te laten komen: door informatie over de context van de film, geografische aanduidingen, analyse van 'sociolinguïstische' naast 'socio-culturele' regels et cetera. Anderzijds zijn ook films geselecteerd die expliciet een bepaald cultureel onderwerp belichten, zoals een filmpje over Jan Wolkers en over de Afsluitdijk.

Luistervaardigheid.
Alle aspecten van luistervaardigheid worden geoefend. Naast tekstbegripvragen – geordend van globaal naar intensief luisteren – zijn er oefeningen in het herkennen van woorden en woordgroepen in verbonden spraak. Ook wordt er aandacht besteed aan luisterstrategieën (luisterdoel bepalen, kennis van de wereld activeren, gebruik maken van de context).